Laatste nieuws

20 nov Song Casting crowns gaat viral door auto-ongeluk
17 okt Leen Koster en Wim Bevelander doen naam Lichtkring eer aan
1 okt Amy Grant werkt aan een nieuw kerstalbum
30 sep Newsboys mag grens met Canada niet over
29 sep Emotioneel moment voor Big daddy weave
28 sep Jamie Grace verkoopt instrumenten
27 sep Chris Tomlin schrijft kinderboek

Gratis Nieuwsbrief

Vul je e-mailadres in en maak gelijk kans op het album 'Este momento' van Trinity.

E-mail adres:

Gospeltime Twitter

Word ook volger van Gospeltime op Twitter en blijf op de hoogte van het laatste gospelnieuws. Meld je aan via de onderstaande button.

Follow gospelmuziek on Twitter

Uitzending terugluisteren

Je kunt de uitzending ook terugluisteren. Daarvoor kun je op de volgende link klikken:

Beluister nu terug

Nu luisteren

Windows
Media Player
RealPlayer

Interview met The afters

Hebben jullie in spanning gezeten of het album 'Never going back to OK' het succes van jullie debuutalbum zou kunnen evenaren? 

Josh Havens: We waren ons zeker ervan bewust dat het de tweede release is. Het eerste album introduceert een band, het tweede album legitimeert hen en naar mijn mening bepaalt het derde album de eigen identiteit van een band. We hebben veel steun van ons label gehad. Eigenlijk wilde INO Records het album eerder op de markt uitbrengen, maar zij hebben ons meer tijd gegeven omdat wij er nog niet klaar voor waren. Het resultaat is dat wij blij zijn met ons debuutalbum, maar nog blijer met dit tweede album.

Wat zou je anders hebben gedaan dan de eerste keer? 

Havens: Met betrekking tot ons debuutalbum zijn er een aantal kleine verbeterpunten te noemen. Het gaat dan om hoe een bepaalde zin is gezongen of hoe een bepaald gitaar-gedeelte is gespeeld. Wij zijn nog steeds erg gelukkig met ons debuutalbum, vooral omdat het ons eerste album bij INO Records is. We werkten voor de opname van het debuutalbum met Dan Muckala en Brown Bannister en wij hebben veel van hen geleerd, maar we zijn ook nog steeds bezig om uit te vinden wie wij zijn als band. Het maken van een album, het touren en drie jaar met elkaar werken en leven, heeft ons geholpen te ontdekken wie wij zijn als band.

Wij zijn alle vier goede vrienden van elkaar, bijna een soort van broers en wij werken samen beter dan ooit te voren. Wij hebben ook een goede band met producer Dan Muckala, die ook betrokken is bij dit nieuwe album. Na de eerste opname-dag voelde iedereen zich op z'n gemak en dat levert een betere chemie op. Het album 'Never going back to OK' is werkelijk een gezamenlijke inspanning en hebben hebben veel plezier gehad tijdens het creatieve proces.

In welke zin heeft Dan Muckale een bijdrage aan het proces geleverd?

Havens: Dan heeft ons steeds een duwtje in de goede richting gegeven en hij was werkelijk een stuwende kracht in de wijze waarop hij ons aanwijzingen gaf. Hij gaf ons instructies over wat zwak en wat sterk was. Hij heeft ervoor gezorgd dat wij een beter album hebben opgenomen. Aan het eind wilden wij een album afleveren met daarop alleen waardevolle songs en niet met 'opvul' tracks ertussen. Het gebeurt vaak dat een band een aantal geweldige singles maakt, maar de rest van het album maar een beetje afraffelt. Zelf houd ik van bands die albums uitbrengen die je van het begin tot het eind kunt beluisteren, zoals Keane, Coldplay en The beatles. Tegenwoordig kom je dat niet veel meer tegen, maar wij wilden de tijd nemen om ervoor te zorgen dat alle songs goed klinken.

Wat heeft jullie geholpen om een eigen geluid te ontwikkelen op dit album?

Havens: Wij hebben zonder enige beperkingen aan dit album gewerkt, waardoor het album veel afwisseling kent. Wij hadden de vrijheid om over ieder onderwerp dat bij ons opkwam te schrijven en daarom bevat het album een grote diversiteit aan onderwerpen. Er zijn een aantal serieuze songs die gaan over verlies en er staan luchtige songs op, zoals 'MySpace girl'. Dit nummer is gebaseerd op een waargebeurd verhaal van onze voormalige bassist die zijn vrouw heeft ontmoet op de website MySpace. Er is ook een onderliggend thema van transformatie door het hele album heen — de verandering van wie je bent of in het verleden bent geweest naar een nieuw en verbeterd persoon.

Was dat thema gepland vanaf het begin van de opnames van dit album?

Havens: Wij waren niet van plan om dit thema te kiezen, maar nadat het album was opgenomen zagen we dat de gedachte van transformatie door het hele album heen loopt. Verschillende song gaan over het niet tevreden zijn met de huidige staat waarin je leeft en het streven naar meer. Of ervoor zorgen dat de slechte dingen in het leven worden gebruikt om uiteindelijk iets goed ervan te maken — dat God uiteindelijk degene is die alles in zijn macht heeft en dat hij vanuit de chaos iets moois kan maken. 'Summer again' is een goed voorbeeld, het nummer behandelt diverse aspecten van verlies en de verandering van seizoenen. Het is alof je op je leven terugkijkt en verlangt naar de glorie van je jeugd, of het op orde brengen van je leven op het punt waar je je nu bevindt.

Wat heeft jullie geïnspireerd bij het thema transformatie?

Havens: Het is allemaal begonnen bij het overlijden van mijn vader. Deze gebeurtenis is voor mij heel ingrijpend geweest. Hij is op relatief jonge leeftijd overleden aan kanker, kort nadat wij het album 'I wish we all could win' hadden uitgebracht. Sindsdien is bij meerdere familieleden de diagnose kanker vastgesteld. Ik heb een kennis in Nederland wiens vrouw aan kanker is overleden. Zij overleed kort na de geboorte van haar kind. Kort daarop kreeg de baby kanker en overleed. Ook de andere bandleden zijn met ziekten geconfronteerd. Onze manager vecht tegen kanker. Hij gaat goed met hem en de prognose ziet er gunstig uit. Onze gitarist Brad heeft een zoon met autisme en moest leren omgaan met stemmingswisselingen van zijn zoon.  Het is nogal een heftige tijd voor ons allemaal.

Maar er zijn ook vele schitterende dingen gebeurd. Zo hebben mijn vrouw en ik in dezelfde periode twee kinderen gekregen. Nu hebben we drie kinderen. Onze gitarist Matt heeft in die tijd een zoon gekregen en heeft nu twee kinderen. Ik heb een broer die al meer dan vijftien jaar drugs-verslaafd is, maar het afgelopen jaar is hij van zijn verslaving afgekomen. Hij is door een intensief afkick-programma gegaan en staat nu in vuur en vlam voor God. Zelfs in de moeilijkste gebeurtenissen kunnen we zien hoe God zich over hen ontfermt. Hij toont zijn genade en brengt een verandering bij mensen teweeg, zodat er iets moois uit kan voortkomen.

Jullie zijn één van de weinige gospelbands die zowel een christelijk als een seculier publiek weet aan te spreken. Heeft dat invloed op de wijze waarop jullie songteksten schrijven?

Havens: Ik denk niet dat invloed heeft omdat wij vanaf het begin af aan hetzelfde doel hebben gehad, de beste muziek maken. Wij hebben nooit een verborgen agenda gehad en wij zijn altijd eerlijk over wie wij zijn en wat wij hebben beleefd. Wij zijn allemaal Christenen en het geloof is erg belangrijk voor ons, en dat komt tot uitdrukking in onze muziek. Maar wij schrijven over veel onderwerpen die universeel zijn— dingen waarmee andere mensen zich hopelijk kunnen identificeren. 

Toen de band startte, was er een uitgebreid plan om seculier door te breken?

Havens: Helemaal niet. Op het moment dat wij een contract bij INO Records tekenden, vertelden zij ons dat zij geen seculier label zijn. En dat als wij een overstap naar de seculiere markt wilde maken INO Records niet het juiste label zou zijn. Het was een complete verrassing dat Sony contact met ons opnam en het album ook wilde uitbrengen. Het album 'Never going back to OK' wordt voor de seculiere markt uitgebracht door Columbia Records. En INO Records bedient de 'Christelijke markt'. Zo kan het gebeuren dat wij in clubs en bars spelen voor mensen die nooit naar kerkmuziek zouden luisteren -  en even later spelen we op een Christelijke hogeschool of universiteit.

Is jullie presentatie afhankelijk van het publiek waarvoor jullie optreden?

Havens: Los van welke setting dan ook zullen wij onze filosofie nooit veranderen of water bij de wijn doen voor wat betreft ons geloof. Maar tegelijkertijd proberen wij simpelweg fantastische muziek te maken. Het enige waar je rekening mee moet houden is dat je je bewust moet zijn tot wie je je boodschap richt en de woorden die je gebruikt om je boodschap te communiceren. Begrippen als 'genade' en 'redding'  kun je voor een Christelijk publiek gemakkelijk gebruiken, maar die woorden betekenen niet zoveel voor mensen die niets begrijpen van de basis begrippen van het geloof.

Wij proberen ons geloof in de praktijk van alledag te tonen. Vaak horen wij de opmerking, als wij seculiere radiostations of MTV bezoeken, dat men nerveus is over het feit dat wij Christenen zijn. Men denkt dat wij wel arrogant en veroordelend zullen zijn. Maar al snel blijkt dat zij graag met ons samenwerken —"Jullie zijn zo ander, jongens."

Wij houden van mensen om wie ze als persoon zijn en wij proberen niemand iets door de strot te duwen. Als je eerlijk bent over jezelf dan zullen mensen dat respecteren. Als je iets verbergt dan voelt men dat.

Waarom hebben Christenen de neiging zichzelf op te sluiten in een soort van subcultuur?

Havens: Omdat het gemakkelijk en veilig is. Je kunt in een mentaliteit vervallen van "Goed, zij vonden het de eerste keer leuk, dus waarom proberen we het niet nog een keer?" Zo'n gedachtegang kan ontstaan, maar nogmaals, het kan zijn dat het de tweede keer mensen niet aanspreekt. Voor wat betreft The afters, we hopen echt dat onze muziek aanspreekt, omdat ons doel is dat wij trouw aan onszelf blijven als artiesten en tekstschrijvers. Zoals de titel 'Never going back to OK', wij houden ervan stappen vooruit te zetten en de moed te voelen om dat te doen.

Hoe gaan jullie met deze gedacht om in jullie eigen geestelijke leven?

Havens: Nogmaals, deze vraag moeten wij ons leven constant stellen: hoe kunnen wij onszelf verbeteren? Gedurende mijn gehele leven heb ik het geloof nooit in twijfel getrokken. Maar toen ik op de universiteit zat, kreeg ik college van een boeddhistische professor. Hij gaf les in filosofie. Gedurende die tijd heb ik toch enige tijd met mijn geloof geworsteld, maar uiteindelijk is mijn geloof erdoor gesterkt. Ik denk dat het gezond is dat je wordt uitgedaagd in je geloof. Zo begrijp je beter wat je gelooft en waarom. Alleen maar geloven in wat je gelooft in nooit genoeg, je moet in staat zijn om het uit te leggen en altijd maar groeien. Voor mij betekent het voordurend in beweging zijn, leren van mijn fouten en kijken naar hoe God door onze ervaringen heen werkt.